Paranoia in Transnistrië (#transnistrie) « terug

Paranoia in Transnistrië

Paranoia in Transnistrië

Paranoia in Transnistrië

Paranoia in Transnistrië

Paranoia in Transnistrië

Paranoia in Transnistrië

Paranoia in Transnistrië

Paranoia in Transnistrië

Paranoia in Transnistrië

Paranoia in Transnistrië

Paranoia in Transnistrië

Paranoia in Transnistrië

Paranoia in Transnistrië

Paranoia in Transnistrië

Paranoia in Transnistrië

 

In Moldavië ligt sinds 1990 op de Oostelijke oever van de Dnjestr het ministaatje Transnistrië. Het staatje is ontstaan na een burgeroorlog tussen het pro-Russische deel van de bevolking tegen de Moldavische regering in Chisinau. Op een paar andere zelf niet erkende opstandige provincies na, heeft geen land in de wereld het staatje erkent. Zelfs grote vriend Rusland niet. Sinds de burgeroorlog in Oekraïne wordt er met extra belangstelling naar dit gebiedje gekeken, want de kans is groot dat Oost-Oekraïne dezelfde status zal krijgen.

De trein van Chisinau naar Odessa stopt in Tiraspol, de hoofdstad van Transnistrië. Als we uitstappen maak ik een paar foto’s, maar dat is blijkbaar niet okay. ‘Delete’, zegt een van de geüniformeerde mannen, die op het perron de reiziger welkom heten in dit pseudo-staatje. Mannen met uniformpetten mogen niet op de foto, zo wordt ons duidelijk. Geen natie ter wereld heeft Transnistrië erkend als land, maar toch staan we even later bij het immigratieloket allebei een formuliertje in te vullen om toegelaten te worden.

Aangezien we geen hotel hebben geboekt, kunnen we niet invullen in welk hotel we verblijven. Dat kan echter zomaar niet, dus de immigratie-officier vult eigenhandig Hotel Russia in. Hij schrijft de onhandige letters van iemand die cyrillisch schrift gewend is. Als mijn reisgezel David en ik ook nog ieder de voornamen van onze respectievelijke vaders hebben doorgegeven, zijn we klaar om losgelaten te worden op de straten van Tiraspol. Ik vraag me oprecht af wat ze van mijn ouwe heer moeten.

Tiraspol lijkt, op een enkele man met een pet na, uitgestorven, maar dat komt waarschijnlijk omdat het zondag is. We komen langs een geërodeerd parkje waar een roedel zwerfhonden de dienst lijkt uit te maken. De winkeltjes die we passeren zijn dicht, maar het is dus zondag en hoewel de plaats nog hamers en sikkels ademt, blijkt de zondagsrust een belangrijke plaats in te nemen in deze kleine gemeenschap. We komen langs een overheidsgebouw met een uit de kluiten gewassen borstbeeld van Lenin ervoor. Op het dak waait een rood-groen-rode vlag met een hamer en een sikkel erop. Even verder zit aan een pleintje een bakkerswinkel met een terras ervoor. Het is open. Iets wat eruitziet als een koffiebroodje blijkt ham en kaas te bevatten. De meisjes achter de toonbank spreken geen Engels, maar het woord ‘hotel’ doet een van hen een vaag gebaar naar de overkant van de straat maken. Daar is een groot bouwterrein, waar een hek omheen staat en waar duidelijk iets kolossaals gebouwd wordt. Als we even later onze weg vervolgen, blijkt er inderdaad een paadje langs de afzetting te lopen en dat leidt ons naar de voorpui van het meest chique hotel van Tiraspol: Hotel Russia.

Paranoia viert momenteel hoogtij in Transnistrië. Dit onofficiële landje in Moldavië staat in de belangstelling sinds de burgeroorlog in buurland Oekraïne. Gebeurde hier niet hetzelfde, maar dan ruim twintig jaar eerder? Opstandelingen met sterke banden met Moskou riepen de onafhankelijkheid uit en na een burgeroorlog die door niemand wordt gewonnen, ontstaat er een zogeheten 'bevroren conflict'. Er wordt een staat uitgeroepen, die door vrijwel niemand – Rusland incluis – wordt erkend, maar die in de praktijk wel als zodanig functioneert. Mede dankzij gratis gas en andere donaties uit Rusland. Ook toen was de drijvende kracht achter de opstand Igor Girkin, ook wel Igor Strelkov genaamd. We hebben het over de oud-KGB-er die triomfantelijk het bericht de wereld in stuurde dat vlucht MH-17 was neergehaald.

Hotel Russia is een keurig hotel, dat in niets herinnert aan de Sovjet-tijd. Achter de receptie werken 24/7 meisjes. Ze beginnen ’s ochtends en trekken door tot de volgende zonsopkomst. Je vraagt je af hoe ze mooi blijven, want ze zijn beslist niet alleen uitgezocht op het feit dat ze de Engelse taal machtig zijn. Dat laatste is een tamelijk unieke kwaliteit in dit pseudo-landje achter de Dnjestr-rivier. Een kamer kost er omgerekend een euro of veertig. En het hotel heeft een verrassing in petto: de verdere administratieve afhandeling van het verblijf van de gast wordt door het hotel geregeld. We hoeven dus niet zelf te gaan leuren met onze hotelfactuur en een stempel te halen.

Het is vandaag niet alleen zondag. Het is tevens de verjaardag van de stad. Of eigenlijk is het niet echt de verjaardag van de stad, want die is pas twee dagen later, maar aangezien deze feestdag gepaard gaat met een vrije dag, heeft de baas besloten dat het feest op de zondag ervoor gevierd zal worden. Een vrije dag kost immers alleen maar geld. Die baas heet Aleksander Korolev en zwaait sinds 2011 de scepter in wat officieel Republica Moldovenească Nistreană (Moldavisch), Pridnestrovskaja Moldavskaja Respoeblika (Russisch) of Pridnistrovska Moldavska Respoeblika (Oekraïens) heet. Hij lijkt er serieus werk van te maken om corruptie uit te bannen. Er is zelfs speciaal voor buitenlanders een hotline in het leven geroepen, waar 24 uur per dag een Engelstalig persoon de hoorn opneemt om buitenlanders die lastig worden gevallen door corrupte ambtenaren bij te staan of zelfs te ontzetten.

De verjaardag van Tiraspol wordt gevierd met een groot podium waar Franse rap vanaf stampt, tafeltjes en stoeltjes onder de boompjes bij de rivier en tentjes waar je eten en drinken kunt bestellen. Ook voeren mannen op motoren trucjes uit. Op de herrie komt een flink publiek af. De laatste rijder laat zijn motor vallen, maar er is niets aan de hand. De show is wel voorbij nu. Mannen met petten halen de afzetting weg en er kan weer over straat gelopen worden. Even verder is een terras bij een podium, waar een lokaal bandje optreedt.
Overal in het feestgedruis lopen mannen in uniform met petten op die de gemiddelde brigadegeneraal niet zouden misstaan. Ze bekijken de twee buitenlanders aandachtig. Een vriendelijke lach of groet worden genegeerd. Het is duidelijk dat ze het uitstralen van gezag serieus nemen. We zijn sowieso een bezienswaardigheid. Je merkt dat mensen kijken, meisjes giechelen en werpen je steelse blikken toe. Het is allemaal niet onvriendelijk, maar wel gereserveerd. Dat komt echter grotendeels door de taalkloof die een gapend gat slaat in iedere vorm van toenadering.

Natalia komt bij ons zitten met haar dochter en schoonzoon. Ze spreekt Engels en doceert die taal zelfs. Ze is vierenvijftig en verdient zo’n honderd euro per maand. “Natuurlijk verlang ik terug naar de Sovjet Unie. Ik leef nu in een kapitalistische wereld, maar daar ben ik nooit op voorbereid. Ik heb hier de kwaliteiten niet voor.” Het lijkt een beetje de grote gemene deler hier. De mensen begrijpen wel dat het communistische experiment is afgelopen en heeft gefaald, maar voor hen was het ontegenzeggelijk een betere tijd. Los van alle slechte kanten, was de communistische periode wel een tijdperk waarin ze deel uitmaakten van een wereldmacht waarop ze trots konden zijn. De Sovjet Unie deed ertoe in de wereld. Dat is beter dan een provincie zijn van het armste land van Europa.

Natalia heeft een hekel aan Amerikanen, maar ontmoette er slechts één in haar hele leven. “Ik vertaalde brieven voor een vrouw die schreef met een Amerikaan. Dat ging via zo’n datingwebsite. Ze zei dat ze zwanger van hem was, maar dat klopte voor geen meter. Ze was wel zwanger van iemand anders. Hij wilde graag voor haar en 'zijn' kind zorgen, maar toen het geboren was en hij zag dat het blauwe ogen en blond haar had, ging er wel een belletje rinkelen. ‘Jij hebt donker haar en bruine ogen en ik ook, hoe kan ons kind blond zijn met blauwe ogen?’, vroeg hij. Toen ging hij aan mij vragen hoe het zat en uiteindelijk heb ik hem verteld dat het gewoon een hoertje was, dat wilde dat er voor haar gezorgd werd.” Ze moet er om lachen. Toch merk je dat ze de Amerikaan, hoewel naïef, wel sympathiek vond. Hoe ze dit rijmt met haar algehele afkeer van het totale Amerikaanse volk is onduidelijk. Ze nodigt ons uit om bij haar te komen kijken in de les en we spreken de volgende morgen af bij de school.

Ondertussen begint het donker te worden. Agenten houden de mensen bij de wc's wc's vandaan, die er wel zijn. Het enige alternatief is een drietal gaten in de grond in een onverlicht schuurtje. Dat was bij daglicht nog wel te doen, maar nu het donker wordt, is het pissen steeds meer een gok. Dat geldt voor alle gasten van dit rudimentaire urinoir, getuige de plassen onwelriekend vocht op de vloer.

Naast het plein waar het bandje optrad staat een Mercedes koelbusje van de Nederlandse vishandel Elro uit Breskens met een lokaal kenteken. De achterkant staat open en het is leeg. Er is nergens een viskraam te bekennen in de buurt, laat staan een Hollandse. Maar de eerste gedachte dat in deze uithoek van Europa blijkbaar gejatte busjes terechtkomen, blijkt ongegrond. Een telefoontje naar Elro leert dat het bedrijf een paar jaar geleden alle Mercedesbusjes had verkocht en dat die dus overal terecht kunnen zijn gekomen. Ook in Moldavië, of Transnistrië, zo u wilt.

Tegen elven is het feest op straat voorbij. De kroegen zijn nog wel vol en de clubs worden drukker. De belangrijkste club in Tiraspol is Baccarat, een karaoketent. Er wordt geen toegang geheven in clubs en drankjes zijn er zeer betaalbaar. Naar westerse maatstaven althans. Een halve liter bier kost 30 Transnistrische roebel, wat gelijk staat aan twee euro twintig. De munteenheid heeft buiten Transnistrië geen waarde en valt nergens te wisselen. Zelfs in Transnistrië kun je ze niet pinnen. Pinnen is sowieso maar op een paar plekken mogelijk. Je krijgt dollars die je vervolgens kunt wisselen voor Transnistrische roebel bij diverse wisselkantoortjes.
De mensen in de club zijn zonder uitzondering jong en met name de meisjes zijn zorgvuldig gekleed. Een enkel wat ouder stelletje zit aan een tafeltje wat te drinken en de rest van de mensen danst, of zingt. Of zit een liedje uit te zoeken om te zingen. Nergens zie je de maffia-achtige types waar het internet zo voor waarschuwt. Als je het gebiedje googlet, verwacht je in een epicentrum van internationale vrouwen- en wapenhandel te belanden. Nu kan het natuurlijk zijn dat die dingen voor de gewone bezoeker verborgen blijven, maar niets lijkt daar op te wijzen. Zo hangen er geen minimaal geklede meisjes op straat rond. Wat je wel ziet zijn veel jonge moedertjes en stelletjes met kleine kinderen. Het maakt bovenal de conservatieve indruk die je vaak ziet in kleine gemeenschappen van minderheden.
De 24-jarige Katerina bevestigt dit beeld. Ze spreekt als een van de weinigen hier goed Engels en zelfs een beetje Nederlands. Ze heeft na haar studie Toerisme en Management in een Turks hotel gewerkt en is aupair geweest in Heemskerk: “Meisjes hier zijn op zoek naar een partner en niet naar een avondje plezier. Ik ben 24 en dat is hier relatief oud om er geen kinderen op na te houden.” Ze woont nu in Chisinau waar de lonen hoger zijn, maar haar moeder woont nog steeds in Tiraspol, waar ze oorspronkelijk vandaan komt. “Ik erger me kapot als ik op internet lees wat er over dit gebiedje geschreven wordt. Het is gewoon allemaal niet waar.” Volgens haar zijn de ogen van de wereld sinds het begin van de burgeroorlog in Oekraïne op Transnistrië gericht. Hoewel Moskou het gebiedje steunt, zijn er volgens haar geen Russische troepen meer. Het eigen leger ging wel oefeningen houden toen de onrust in Oekraïne begon. Dat leger bestaat volgens haar uit nog geen duizend man. “Ik werd ’s nachts wakker van schieten. Daar schrok ik wel van, ja. Sindsdien zijn de mensen hier voorzichtig met buitenlanders. Ze zijn bang dat met de foto’s die je maakt een beeld gefabriceerd zal worden van Russische inmenging.” Ze schetst een wereldbeeld waarin de oude Oost-West-tegenstellingen nooit lijken te zijn verdwenen.
Ze gaat relatief veel met buitenlanders om, want ze spreekt haar talen als een van de weinigen hier. Ze vermoedt dat buren denken dat ze onderdak biedt aan Amerikaanse spionnen, want ze heeft wel eens buitenlanders over de vloer en voor de gemiddelde Transnistriër zijn alle Westerlingen Amerikanen. En Amerikanen komen spioneren. Dat moet haast wel.

De volgende ochtend staan we bij de school waar Natalia lesgeeft. Waar ze de vorige avond niet bij stil had gestaan, was dat ze eerst toestemming moest vragen voor er zomaar buitenlanders in de klas konden kijken. We maken voor de middag een afspraak bij het Lenin-beeld voor het parlementsgebouw om samen op het kantoor van het overkoepelende overheidsorgaan van Tiraspol toestemming te gaan vragen.

“Delete”, zegt de man in uniform met een Slavische tongval waar je u tegen zegt. Ik maakte net foto’s van wat graafwerkzaamheden. Mannen die een leiding aanleggen. Dat soort werk. Als we even verderop in een typische Sovjet-uitspanning koffie zitten te drinken komt deze man vertellen dat die foto gedeletet moet worden. Hetgeen ik doe. Wat moet je anders?
Bovendien kan ik de foto’s even later met een recovery-programma weer tevoorschijn halen. Je vraagt je toch af wat in dit gebiedje voor vitale militaire informatie doorgaat. Er was immers niets te zien, behalve wat mannen die een buis uitgraven. Geen van hen draagt een uniform of iets wat daar in de buurt komt. Het is een raadsel. Als we verder lopen stopt er even later een geblindeerde Mercedes naast ons. De chauffeur heeft een zonnebril op en kijkt naar ons of heeft althans zijn gezicht onze kant op. We lopen een parkje in. Tussen de bomen lopen mannen met petten. Ze kijken nors in onze richting, alsof ze meer over ons weten dan goed voor ons is.
De paranoia in dit deel van de wereld begint aanstekelijk te worden.

Even later zitten we op het kantoor van de hoogste onderwijsmevrouw in Tiraspol, terwijl Natalia onze zaak bepleit. De ruimte is een vreemd samenraapsel van Leenbakker-stoeltjes, een oud-eiken bureau en een radiator die met de hand uit een klomp ijzererts lijkt te zijn gebikt. De mevrouw achter het grote bureau zegt een stuk of tien keer ‘njet’ achter elkaar en dan is het gesprek voorbij. David en ik krijgen ieder een fotoboek over de onafhankelijkheidsstrijd van 1990-1992 en verlaten het kantoor weer. Natalia verklaart dat ze heeft uitgelegd hoe toevallig onze ontmoeting en het idee om ons te laten kijken in de klas tot stand kwamen, maar dat er niets geregeld kan worden. Als we het eerder zouden hebben aangevraagd, hadden we vast wel toestemming gekregen, maar zo op het laatste moment zit het er helaas niet in. We vragen ons af welke strategische zaken er in dit land besproken wordt tijdens de Engelse les.

We wandelen langs de botanische tuin naar een typisch communistische buitenwijk. Troosteloze flats vormen hier het straatbeeld. Tussen de gebouwen zijn binnentuintjes, met plantenbakken die gemaakt zijn van oude vrachtwagenbanden. In tegenstelling tot de binnenstad die, mede door het grote leger vooral ’s  nachts werkzame straatvegers,  brandschoon is, ligt hier meer troep en is er graffiti op de muren gespoten. Als we daar foto’s van maken, komt er een oud vrouwtje naar ons toe. Haar houding is beschuldigend en uit haar Russische spraakwaterval zijn de woorden ‘spion’ en ‘CIA’ internationaal genoeg om te begrijpen. Er komt een politiebusje langs rijden. De agenten hebben grote belangstelling voor ons en het voertuig passeert even later zo mogelijk nog trager opnieuw. Maar de agenten stappen niet uit en spreken ons niet aan. We wandelen terug naar het centrum.

Bij een Sheriff supermarkt doen we boodschappen. Dat is niet duur. Bedragen boven de euro komen er weinig voor en de goedkoopste sigaretten kosten omgerekend 18 eurocent per pakje. Sheriff is echter niet alleen een supermarktketen. Het bedrijf heeft een serie benzinepompen, een auto-importeur en een voetbalstadion met bijbehorend team. In de supermarkt zijn we onderwerp van een boel gegiechel van een stel schoolmeisjes. We zijn dan ook wel erg on-Russisch natuurlijk, en, nou ja, dat dus.

De volgende dag gaan we naar Bendery. Dat is een stadje, een minuut of twintig rijden van Tiraspol. De bus erheen kost voor twee personen zeven Transnistrische roebel. Dat is omgerekend precies een halve euro. Wie de stad inrijdt komt langs een soort versterkte legerpost met een tank, een tent van camouflagenetten en een paar militairen die de weg in de gaten houden. In deze stad werd tijdens de onafhankelijkheidsoorlog het hardst gevochten, maar daar herinnert weinig aan. Bij het busstation is een grote markt waar voor veel te hoge prijzen veel te slechte Turkse imitatiemerkkleren te koop zijn. En kaas, levende kippen en wat legerdingetjes, evenals onduidelijke mechanische onderdelen van onduidelijke apparaten. Mensen kijken naar ons en achter ons aan scharrelt een militair. Niet eentje met een generaalspet, maar eentje in gewone soldatenkloffie. Als een van ons zich plotseling omdraait schiet hij een lingerietentje in.

Vlakbij een Lenin-beeld in een park eten we de smerigste pizza ooit. De reden dat we pizza bestellen is simpel: op de menukaart staan twee gerechten afgebeeld en een daarvan: de gegrilde kip, die er vandaag niet is. Dus pizza, maar Jezus wat is die smerig. Uiterlijk was er weinig mee mis. Het ding zag er simpelweg uit als een pizza. Rond stuk deegwaar met kaas en vlees er op. Inderdaad, geen tomatensaus. En de kaas is heeft nog het meest weg van willekeurig gestold vet, maar dan zonder zelfs maar een vetsmaak. Verder is het eten hier lekker. Er staan doorgaans veel salades op het menu. De haringsalade is heerlijk, net als de rauwe zalmsalade en ook een eenvoudige koolsalade valt niet te versmaden. Alleen het bestellen ervan is dus lastig als je geen Russisch spreekt. Hoewel er officieel drie talen worden gesproken is de voertaal Russisch. Er staat ook maar een school in het staatje waar les wordt gegeven in Moldavisch en in Oekraïens wordt helemaal niet onderwezen.

Als we Transnistrië verlaten is de grote vraag of we de bus of de trein zullen nemen. Volgens Katerina is dit laatste vervoermiddel het makkelijkst. Want als de trein vertrekt van het station, heeft hij niets meer met Transnistrië te maken. Het is een Moldavische trein, die officieel door Moldavië rijdt. Zelfs als je alle paperassen van het neplandje niet op orde hebt, is dit de manier om het land uit te komen. Je gaat naar het station en koopt een kaartje. Vervolgens wacht je in het parkje naast het station tot de trein er staat. Dan loop je op veilige afstand van de mannen met de petten naar de trein en stap je in. Maar ook als je je papieren wel op orde hebt, heeft de trein een voordeel. Je documenten worden dan gecheckt midden in de hoofdstad waar de president zetelt die corruptie bestrijdt. Dat kan anders uitpakken dan bij een of andere onofficiële grenspost in de middle of nowhere.
We besluiten toch maar de bus te nemen.  Bussen gaan namelijk de hele dag door en de trein alleen ’s avonds.
Maar ook deze overwegingen blijken allemaal voor niets te zijn geweest. Bij de grensovergang komt een man met een pet de bus in, vist onze visumpapiertjes uit de paspoorten en loopt de bus weer uit. Vervolgens rijdt de bus langs een Russische bufferzonesoldaat en even later langs een Moldavisch hokje het reguliere Moldavië weer in. Al met al het levende bewijs dat je niet per se de goedkeuring van de rest van de wereld nodig hebt als je er een landje op wil nahouden. Dat gezegd hebbende: het kan helpen als een supermacht als Rusland achter je staat.