Redenen om nooit naar Indonesië te gaan (deel 15) (#indonesie) « terug

Redenen om nooit naar Indonesië te gaan (deel 15)

Redenen om nooit naar Indonesië te gaan (deel 15)

Redenen om nooit naar Indonesië te gaan (deel 15)

Redenen om nooit naar Indonesië te gaan (deel 15)

Redenen om nooit naar Indonesië te gaan (deel 15)

Redenen om nooit naar Indonesië te gaan (deel 15)

Redenen om nooit naar Indonesië te gaan (deel 15)

Redenen om nooit naar Indonesië te gaan (deel 15)

 

Redenen om nooit naar Indonesië te gaan (deel 15)  

Bira is een schitterend badplaatsje waar geen enkele fatsoenlijke weg naar toe leidt. Toch komen er vrij veel toeristen, want het is er mooi. Denk aan spierwitte zandstranden van het fijnste zand dat je ooit hebt gevoeld. De zee is groenig en er zijn vast een waterval en een grot in de buurt. Er zijn echter twee ronduit vervelende kanten aan het plaatsje: allereerst is er geen fatsoenlijk internet, hoogstens een oude laptop met een dongel die het soms een klein beetje doet. Ten tweede is er de hoeveelheid troep op het strand. Maar zo zijn die Indonesiërs nu eenmaal. Troep is iets wat je simpelweg loslaat op de plek waar het zich voordoet. En de zwaartekracht doet de rest.

En er is natuurlijk nog een groot nadeel: de eerder genoemde nauwelijks aanwezige weg. Die maakt dat er geen bus heen rijdt en dat je dus bent overgeleverd aan de grillen van een Kijang. Dat is een Toyota waar oorspronkelijk zes personen in hebben moeten passen. Maar er passen minimaal tien man in, met uitschieters naar zelfs dertig. U begrijpt hoe gezellig die zeven uur zijn, die je van Makassar onderweg bent naar Bira.

Werken bij de overheid is favoriet
Het meisje naast je spreekt goed Engels. Ze geeft bijles en dat is een prima baan in Indonesië. De kwaliteit van de scholen is laag, dus als ouders willen dat hun kinderen daadwerkelijk iets leren, dan krijgen de kinderen private bijles. Haar echtgenoot heeft een administratieve functie bij het leger. Werken voor de overheid is populair in Indonesië: je hoeft weinig te doen en er wordt tot je graf voor je gezorgd. Zeker in het leger. Maar het krijgen van een baan bij de overheid is niet makkelijk. Om er een te krijgen moet je verschillende mensen betalen. Dat dat niet goedkoop is, is logisch als je ziet wat een leven het oplevert.

Sandy, een Amerikaanse vrouw die al dertig jaar in Duitsland woont, logeert bij een Indonesische vriendin, die ambtenaar is. Elke morgen staat ze op, kleedt zich netjes aan en gaat naar haar werk, waar ze inklokt. Een half uur later is ze weer thuis, kleed zich om en blijft daar tot het eind van de middag wanneer ze zich opnieuw netjes aankleedt om uit te klokken op haar werk. Ze weet niet goed wat haar functie is. Het enig wat ze echt moet doen is een keer per jaar een rapport schrijven, maar die rapporten stellen weinig voor, want ze verslaat haar eigen activiteiten en die zijn dus nihil.

 

Indonesiërs zijn niet ondernemend
In het weekend is het druk in Bira. Veel bedrijven sturen er hun personeel heen om te teambuildenteamspiritten en iets met groepsgevoel. Dat betekent vooral spelletjes doen op het strand en verder heel veel karaoke. Het betreft hier voornamelijk Chinese Indonesiërs, want ondernemen of voor een onderneming werken is aan de meeste Indonesiërs niet besteed. Maar daar zijn natuurlijk uitzonderingen op.

In Bira is een botenwerf en de Birese scheepsbouwers staan bekend als de beste van Indonesië. Volgens Barto zelfs de beste van de wereld, en Barto kan het weten. Hij is Nederlander en woont al zeven jaar in Bira, alwaar hij de communicatie doet tussen de werf en buitenlanders die er een schip laten bouwen. Momenteel heeft hij een probleem met een schip, omdat de tekening niet klopt. Daar is vanaf het begin op gewezen en de tekening leek aangepast, maar blijkt dat nu toch niet te zijn. De communicatie is moeizaam. Op zijn werf wordt zeven dagen per week twaalf uur per dag gewerkt als dat nodig is, en het is er op zondag inderdaad een drukte van belang.

En goedgelovig
Indonesiërs zijn vreemd, vindt Barto: “Aan de ene kant liegen ze aan een stuk door, aan de andere kant geloven ze alles. Een jaar geleden was Sulawesi in de ban van het verhaal dat er een dokter over het eiland reisde die uit was op mensen hun hart en ogen voor transplantatie. Iedereen was bang, maar het is natuurlijk een onzinverhaal. Ogen kun je überhaupt niet transplanteren en voor een harttransplantatie moet het nog levende lichaam van de donor in een steriele omgeving zo’n beetje naast het lichaam liggen van degene voor wie het hart is om een succesvolle transplantatie te doen. Maar iedereen geloofde het. Kinderen mochten niet meer alleen naar school en werden dus allemaal gebracht. Er kwamen vissers terug van zee met het verhaal dat ze door de betreffende dokter waren achtervolgd in een speedboot. Was het hele dorp weer een week in rep en roer.”

Bira is een heerlijk rustgevende plaats aan een schitterende zee, waar de meeste mensen niets anders doen dan te proberen hun terugreis zo te plannen, dat hij pijnloos zal zijn. Maar helaas is dat onmogelijk.