Redenen om nooit naar Indonesië te gaan (deel 18) (#indonesie) « terug

Redenen om nooit naar Indonesië te gaan (deel 18)

Redenen om nooit naar Indonesië te gaan (deel 18)

Redenen om nooit naar Indonesië te gaan (deel 18)

Redenen om nooit naar Indonesië te gaan (deel 18)

Redenen om nooit naar Indonesië te gaan (deel 18)

Redenen om nooit naar Indonesië te gaan (deel 18)

Redenen om nooit naar Indonesië te gaan (deel 18)

Redenen om nooit naar Indonesië te gaan (deel 18)

Redenen om nooit naar Indonesië te gaan (deel 18)

Redenen om nooit naar Indonesië te gaan (deel 18)

Redenen om nooit naar Indonesië te gaan (deel 18)

 

Na twee manden in Indonesië te zijn geweest moet je het land uit. Definitief, of om een nieuw visum te regelen. De populairste bestemmingen zijn Singapore en Kuala Lumpur, waarvan de laatste net iets minder saai is. En vanaf Makassar bovendien minder duur om heen te vliegen. In Kuala Lumpur  uit het vliegtuig stappen als je uit Indonesië komt vliegen is alsof je tien jaar de toekomst in bent gereisd. De stad is schoon, modern, westers en goed georganiseerd. De bureaucratie lijkt er gering aangezien je overal efficiënt wordt geholpen, in de zin dat er geen vergadering belegd wordt als je een kaartje voor de shuttlebus wilt kopen.

 

De dakloze die zich versliep
Eigenlijk is het enige schrijnende dat de armoede die je er tegen komt – soms zie je iemand op straat slapen – schrijnender lijkt dan in Indonesië. Of dat is omdat het economische contrast met de omgeving groter is of omdat de Maleisiër meer contrast geeft met de stoep waar hij ligt, is gissen, maar feit is dat haveloosheid er confronterender is. Bij een dakloze Indonesiër denk je al snel in de trant van: best handig. Hoef je ook nooit stof te zuigen. Maar iedere Maleisische dakloze ligt erbij alsof hij de enige was die zich op de dag dat de welvaart werd uitgedeeld had verslapen en zich nu elke dag vertwijfeld afvraagt waarom hij in godsnaam geen betere wekker had.

Gelukkig is er genoeg in Maleisië om je gedachten te verzetten. Er zijn restaurants uit alle uithoeken van de wereld, er zijn wolkenkrabbers en eigenlijk alle luxe die je maar wilt tegenkomen. Behalve stripclubs en dergelijke, want het land is tamelijk streng islamitisch. Wat je dan wel weer veel ziet zijn boerka’s en niqaabs. Of hoe je dat ook schrijft. Het enige alternatief dat Word biedt is ‘knielap’, wat de lading niet dekt.

 

Terug naar Indonesië
Kuala Lumpur is dus vooral saai. Er zijn veel toeristen, de KL-Tower met uitzicht over de hele stad en zelfs een heuse hop-on-hop-off-bus. De rit kost zo’n negen euro per vierentwintig uur en dat is inclusief bandje van een mevrouw die in een schattige Aziatische tongval en klemtoonzetting uitlegt wat er aan je voorbij trekt en wat de volgende halte behelst. Al met al reden genoeg om snel terug te vliegen naar Indonesië. Je kunt vanaf Kuala Lumpur naar een boel plaatsen in Indonesië vliegen en in het vliegtuig naar Padang zitten vooral surfers. Dat is logisch, want in de stad zelf is weinig te beleven, maar de eilandjes die er voor de kust liggen hebben de beste golven van Indonesië en misschien de wereld. De meeste eilanden zijn overtrokken met resorts, alwaar het verblijf duur is. Veel zijn gericht op met name Amerikaanse toeristen, die verwachten dat ze in de spaarzame weken dat ze vrij zijn volledig gepamperd worden.

Los van het feit dat er in Padang weinig te doen is, is het best een leuke stad. De stad ligt aan zee en het is een van de weinig steden aan de kust in Indonesië waar het daadwerkelijk aantrekkelijk is om naar het strand te gaan. Hoewel het zand op het strand grauw en vulkanisch is, is het er behoorlijk schoon. En langs de boulevard is een lange strook eettentjes. Verder zijn er een paar malls en een paar massage-spa’s.

 

Het aftrekkende moslimmeisje
Bij Spa/Salon Moria staat een groot bord voor de deur dat seks uitsluit. Het is dus geen bordeel, wat al vrij logisch was, want in welk bordeel kun je immers je haar laten knippen? Een heuse facial zul er wel kwijt kunnen, maar er een ontvangen? Ook in het hokje waar je je massage krijgt hangt een uitgebreide ge- en verbodenlijst, waarop het seksverbod helder uiteengezet bovenaan prijkt. Na vijf minuten vraagt het meisje – Nova – of ze je ook zal aftrekken. Als je vraagt hoe dat zit met het seksverbod begrijpt ze eigenlijk de vraag niet. In de wereld van dit verder keurige moslimmeisje valt aftrekken duidelijk niet onder seks. En het is natuurlijk ook een grijs gebied waar massage ophoudt en overgaat in seks.

Ze is ook heel open over de hele constructie en zichzelf. Ze is tweeëntwintig, heeft een vriend van achtentwintig en is de oudste uit een gezin van vijf meisjes. Haar vader is arbeidsongeschikt en drie van haar jongere zusjes studeren en zij is dus de enige kostwinner van het gezin. Haar baas betaalt haar ongeveer honderd dollar per maand voor haar massagewerk.  Haar maandinkomen is echter tweeduizend dollar hoger door de extra service die ze biedt. Maar dus geen seks, want dat mag niet van haar baas en haar geloof. Overigens willen bijna honderd procent van haar klanten meer dan alleen een massage. Alle meisjes die er werken hebben een dergelijk maandinkomen. Haar vriend verdient overigens nog een boel meer als kapitein op een charterschip. En dat is wel nodig ook want: “No money, no honey,” zegt ze lachend.  Maar ze is dus geen hoer.